Marken

De groei van de bevolking maakt het noodzakelijk dat de buurtschappen zich beter gaan organiseren. Het wordt nodig om onderlinge afspraken te maken over het gebruik van hout, veen, veld (heidegebieden) en weidegronden. De buurtschap wordt een marke.

Aan de de oude erven werd een aandeel in de gemeenschappelijke gronden toegekend: het werden "volle" of "gewaarde" erven. Een marke werd daarmee een soort vereniging van eigenaren met een eigen bestuur en rechtspraak. Daarnaast kende men in een marke halfgewaarde erven en niet gewaarde erven. Een katerstede was een boerderij waar een boer op woonde, die geen aandeel in de marke had.

Deze afspraken golden onderling, maar ook de afbakening van de gronden ten opzichte van andere buurtschappen werd belangrijk. Dit is van ons en dat is van jullie. Hoe gebeurde dat?

Natuurlijke landschapselementen
Een beek een grote boom een heuvel fungeerde als markeringspunt. Maar vaak ook werden markepalen, markestenen, of veldkeien geplaatst om de grenzen aan te geven. Zo'n steen die in een plantsoentje in de Essen ligt, diende eeuwenlang als grensmarkering. En dat kun je vandaag de dag zomaar gaan zien: geweldig toch! Het gebied daar is zelfs naar deze markesteen genoemd: Steenkamp.

Na de Bataafse revolutie van 1795 komt er langzamerhand een einde aan het markesysteem. De ongecultiveerde en onverdeelde gronden remden de ontwikkeling van de landbouw. De overheid kwam met regelgeving om de markegronden onder belanghebbenden te verdelen. Aan het eind van de 19de eeuw waren praktisch alle marken verdeeld. De marke Berghuizen hield in 1846 op te bestaan.

Terug naar overzicht